Walcheren
Nieuws
Nieuwsarchief
Volgende vieringen

Uit psalm 63 worden in de antwoordpsalm de eerste acht verzen geciteerd. Vers 7-8 doen onmiddellijk terugdenken aan de woorden uit het boek Wijsheid (6,12-16) die we gehoord hebben in de eerst lezing. Vers 7-8: “Als ik in de nacht op mijn bed aan U denk, dan houd ik U stil in gedachte. Want Gij zijt altijd mijn beschermer geweest, ik koester mij onder uw vleugels.” De nachtelijke uren op bed dienen voor een gezonde slaap, maar de nacht is, als men de slaap niet vatten kan, een tijd van zich bedreigd voelen omdat de dingen door het donker onzichtbaar zijn geworden en de stilte verraderlijk kan zijn. Dan de Heer nabij weten stelt een mens echter gerust. Zo is ook in Wijsheid 6,15 de nacht op een bepaalde manier een tijd die bij uitstek de ervaring van het goddelijke, in dit geval de wijsheid voorgesteld als een vrouwelijke persoon, met zich mee brengt. “Peinzen over haar, getuigt van volmaakt inzicht, en wie om haar wakker ligt, zal weldra vrij van zorg zijn”. Wakker liggen doet men vaak vanwege zorgen die men heeft. Maar ook hier doet de aanwezigheid van het goddelijke het negatieve verkeren in iets positiefs. Wakker liggen om de wijsheid zal de zorgen juist verdrijven.

De psalm opent met een overtuigd standpunt. Wat de bidder betreft: zijn hoogste God is de Heer. “Ik zoek U met groot verlangen. Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hart als dorre akkers naar regen”. “Verlangend uitzien” typeert ook de verhouding die vrome heeft met de wijsheid. “Stralend en nooit verwelkend is de wijsheid, gemakkelijk wordt zij aanschouwd door wie haar liefhebben, gevonden door wie haar zoeken;nog voor men haar begeert, heeft zij zich al bekend gemaakt”.  

Evenals de wijsheid schenkt ook de Heer zich in alle vrijheid, bij wijze van genade dus. De wijsheid…”zelf gaat zij rond en zoekt wie haar waardig zijn, genadig vertoont zij zich aan hen op hun wegen en bij elk overleg treedt zij hen tegemoet”. En wat de Heer betreft in de antwoordpsalm: “meer waard dan het leven is mij uw genade, mijn mond verkondigt uw lof.”